Buitengewoon verlof

Verlof regeling CAO-PO 2014-2015

In 2009 is het recht op buitengewoon verlof in de CAO-PO fors ingeperkt (inruil voor een mooie salarsisverhoging, die we wellicht allemaal al vergeten zijn). De beperkingen in het buitengewoon verlof zijn binnen Noventa destijds niet of slecht gecommuniceerd (ze stonden wel in de cao, maar dan moet je die wel lezen/ kennen). Verlof bij huwelijksjubilea van jezelf, ouders, andere familie bestaat niet meer, vrije dagen bij trouwen van 4 naar 2 dagen en zo zijn er nog wel meer rechten vervallen. In de afgelopen jaren werd er binnen Noventa nog wel eens “gemakkelijk” mee om gegaan en werden de dagen toch nog gedeclareerd bij het vervangingsfonds. Dat kan sinds 1 januari 2015 niet meer en dat betekent dat wij niet meer de financiële ruimte hebben om er “gemakkelijk” mee om te gaan.

Iedere school heeft hiervoor nieuwe instructies ontvangen. Vragen mag natuurlijk altijd; het recht op verlof is dus voor een aantal zaken echt beperkter geworden. Soms kan je “vrij” ook oplossen door werkdagen te ruilen met een collega! In bepaalde gevallen zullen we daar zeker aan meewerken.

Download regeling. (PDF)

Artikel 8.7 Kort buitengewoon verlof (imperatief)

  1. De werkgever verleent de werknemer kort buitengewoon verlof met behoud van salaris voor zover zijn werkzaamheden samenvallen met één of meer van de navolgende omstandigheden:
    1. de uitoefening van het kiesrecht, indien en voor zover dit niet in vrije tijd kan geschieden en omzetting van dienst niet mogelijk is;
    2. het afleggen van een van rijkswege afgenomen of erkend examen of tentamen, voor zover dit niet in vrije tijd kan geschieden en omzetting van dienst niet mogelijk is;
    3. het bijwonen van vergaderingen of zittingen van of het verrichten van werkzaam-heden voor publiekrechtelijke colleges, waarin de werknemer is benoemd of gekozen, voor zover dit niet in vrije tijd kan geschieden;
    4. het uitoefenen van het lidmaatschap van een van rijkswege ingestelde of erkende examencommissie of het optreden als rijksgecommitteerde bij een examen, voor in totaal ten hoogste 14 dagen per jaar in overleg met de werkgever vast te stellen;
    5. verhuizing: twee dagen;
    6. vervallen;
    7. burgerlijk of kerkelijk huwelijk of registratie van het partnerschap van de werknemer, voor in totaal twee dagen, voor zover de huwelijksdag of -dagen of de dag van registratie van het partnerschap hier binnen vallen;
    8. huwelijk of registratie van het partnerschap van bloed- of aanverwanten van de eerste of tweede graad, voor één dag;
    9. ernstige ziekte van echtgenoot, ouders of kinderen, stief-, schoon- of pleeg-familieleden daaronder begrepen, indien de voortdurende aanwezigheid van de werknemer bij de zieke anders dan ter verpleging noodzakelijk is, voor ten hoogste twee weken, tenzij die aanwezigheid blijkens een over te leggen geneeskundige verklaring gedurende een langere termijn noodzakelijk is;
    10. overlijden van de onder i bedoelde personen, voor vier dagen; van bloed- of aanverwanten in de tweede graad, voor twee dagen; is de werknemer in het laatstgenoemde geval belast met de regeling van de begrafenis of de nalatenschap, dan wordt verlof verleend voor ten hoogste vier dagen;
    11. bevalling van de echtgenote;
    12. kraamverlof na de bevalling van de echtgenote, voor twee dagen al dan niet aaneengesloten gedurende een periode van vier weken vanaf de eerste dag dat het kind feitelijk bij de moeder woont;
    13. vervallen;
    14. adoptie van een kind of opname van een pleegkind, voor vier weken al dan niet aaneengesloten gedurende een periode van achttien weken, die aanvangt twee weken voor de eerste dag van de feitelijke adoptie of de opname van het pleegkind; voor adopties van een kind of opname van een pleegkind uit het buitenland kan het verlof worden verlengd tot ten hoogste zes weken, indien de reis- en verblijftijd dit noodzakelijk maken;
    15. het voldoen aan een verzoek van een commissie van beroep, als bedoeld in artikel 60, eerste lid, WPO en artikel 63, eerste lid, WEC, om als getuige of deskundige te worden gehoord, voor zover dit niet in vrije tijd kan geschieden en omzetting van dienst niet mogelijk is;
  2. Indien de in het eerste lid, onder c, genoemde omstandigheid zich voordoet en de werknemer een vaste vergoeding ontvangt in verband met de activiteiten waarvoor hem verlof wordt verleend, wordt op zijn salaris een inhouding toegepast over de tijd, dat hij het verlof geniet. Deze inhouding gaat hetgeen de werknemer kan worden geacht te ontvangen als vaste vergoeding voor de aktiviteiten verricht gedurende de met het verlof overeenkomende tijd, niet te boven.
  3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid heeft de werknemer recht op verlof met behoud van salaris voor dat deel van de dag waarop hij zijn arbeid niet kan verrichten wegens:
    1. andere zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden die zich tijdens werktijd voordoen
    2. andere door wet of overheid zonder geldelijke vergoeding opgelegde verplichtingen waarvan de vervulling niet in vrije tijd kan plaatsvinden.
  4. Indien het verlof dat op grond van het derde lid wordt verleend, zich uitstrekt tot een gehele werkdag wordt het verlof geacht verleend te zijn op grond van artikel 8.8.

8.8 Overig kort buitengewoon verlof (imperatief)

  1. Indien zich in de leefsituatie van de werknemer omstandigheden voordoen die hem in redelijkheid verhinderen de verplichtingen voortvloeiend uit zijn dienstverband na te komen, verleent de werkgever hem gedurende elke periode van twaalf achtereenvolgende maanden ten hoogste twee maal de arbeidsduur per week in hele dagen al dan niet aaneensluitend verlof met behoud van salaris. ( Dit is het zogenaamde calamiteitenverlof)